Alhoewel het na uitgave in 1989 werd verbannen en haar schrijfster, Shahrnush Parsipur (1946), gevangen werd genomen, weet Women Without Men tot op de dag van vandaag miljoenen lezers te bereiken. In Iran werd het in de jaren negentig een underground bestseller en in het Westen werd de door Faridoun Farrokh vertaalde versie genomineerd voor de longlist van de International Booker Prize van 2026. Ik las Women Without Men en herkende mijn eigen ervaringen met Iran erin.
De vijf vrouwen hebben iets gemeen: allemaal moeten zij zich verhouden tot de mannen om hen heen.
Het is 1953, het jaar waarin Iran voorgoed verandert. Het is het jaar waarin de Amerikaanse CIA, in samenwerking met de Britse MI, een coup orkestreert. De democratisch verkozen Mohammed Mosaddegh wil de Iraanse olie nationaliseren, maar wordt afgezet. Tot nationalisatie van Iraanse olie zou hij nooit de kans krijgen.
Het is ook het jaar waarin Parsipur mij laat kennismaken met vijf vrouwen die weinig met elkaar te maken hebben. Toch hebben ze iets gemeen: allemaal moeten zij zich verhouden tot de mannen om hen heen.
Uitwegen zoeken
Ik maak eerst kennis met Mahdokht, die haar maagdelijkheid wil vereeuwigen door een boom te worden. Parsipur maakt veelvuldig gebruik van elementen uit de Iraanse mystiek. Munis, een vrouw van bijna veertig die zich moet schikken naar haar broer Amir Khan, volgt. Parsipur stelt ook Fa’iza, verliefd op Amir Khan, Zarrinkolah, een prostituee, en Farrokhlaqa, gevangen in een ongelukkig huwelijk, aan mij voor.
Parsipur schrijft over de manieren waarop deze vrouwen overleven in een systeem dat niet voor hen gemaakt lijkt te zijn. Zo schrijft ze over vrouwelijke maagdelijkheid: over hoe Munis’ wereld verandert wanneer ze ontdekt dat het maagdenvlies niet bestaat, en hoe maagdelijkheid door Fa’iza wordt gezien als een middel om mannen voor zich te winnen. De tien jaar oudere Munis vertelt ze: “Je maagdelijkheid is niet meer nuttig voor jou. Ik ben pas 28 jaar en heb nog kans op het vinden van een man.”
Mahdokht wil haar maagdelijkheid vereeuwigen door een boom te worden; Parsipur maakt veelvuldig gebruik van elementen uit de Iraanse mystiek.
Ook Mahdokht, Zarrinkolah en Farrokhlaqa zoeken uitwegen: Mahdokht wordt een boom en Zarrinkolah verlaat de prostitutie. Farrokhlaqa besluit, na het duwen en per ongeluk doden van haar man, voor zichzelf te kiezen. Ze koopt een tuinhuis in Karaj, dicht bij de Iraanse hoofdstad Teheran. Een toevalligheid, al doet Parsipur vermoeden dat het voorbestemd was; het is deze plek waar de vijf vrouwen uiteindelijk samenkomen.
Weinig veranderd
Doordat het verhaal zich meer dan zeventig jaar geleden afspeelt, voor het bestaan van de Islamitische Republiek, laat Parsipur zien dat het hedendaagse patriarchale systeem in Iran niet enkel een product is van de Revolutie van 1979: het bestond daarvoor al – zonder was Khomeini misschien nooit aan de macht gekomen.
Het zijn nog steeds de lichamen van vrouwen waarop macht wordt uitgeoefend – in 1953, maar ook in 2026.
Er is sinds 1953 weinig veranderd. In 2022 leidde de dood van de Koerdisch-Iraanse Jina Mahsa Amini, die overleed na politiegeweld omdat zij haar hidjab ‘onjuist’ droeg, tot de Woman, Life, Freedom-beweging: een breedgedragen protest waarin vrouwen én mannen meer vrijheid opeisten.
Ook in de jaren daarna bleven Iraniërs zich verzetten. In 2024 liep een Iraanse vrouw in haar ondergoed door de straten van Teheran, uit protest tegen de strikte kledingvoorschriften. Binnen een uur werd ze gearresteerd, omdat zij ‘psychisch instabiel’ zou zijn. Parsipur’s werk voelt daardoor actueler dan ooit. Het zijn nog steeds de lichamen van vrouwen waarop macht wordt uitgeoefend – in 1953, maar ook in 2026.
Het Westen
De complexe Iraanse realiteit wordt in het Westen vaak versimpeld. Debatten over vrouwenrechten in Iran worden gereduceerd tot religieus-symbolische kwesties als de hidjab. Zo knipte Dilan Yeşilgöz in 2022 een bescheiden pluk haar af uit ‘solidariteit’ met Iraanse vrouwen, waarbij ze de strijd versimpelde tot een die ging over “het mogen voelen van de wind door je haren.” De beweging, die veel meer eiste dan de afschaffing van de strikte kledingvoorschriften, werd door de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid gereduceerd tot een strijd tegen de hidjab.
Parsipurs werk herinnert mij eraan dat buitenlandse inmenging zelden bevrijdt.
Ook de afgelopen maanden werd de Iraanse strijd voor vrouwenrechten geïnstrumentaliseerd voor Westerse politieke agenda’s. Tijdens een Tweede Kamerdebat op 12 maart verwees onder andere Don Ceder van de ChristenUnie naar de Iraanse vrouwenrechtensituatie om de Amerikaans-Israëlische bombardementen op het land te rechtvaardigen. Hij stelt: “Wij zeggen dat een volk moet opstaan en moedigen hen aan dat te doen, maar […] als ze worden verkracht […], reiken wij geen vinger naar hen uit.”
Onder welk voorwendsel het dan ook mag plaatsvinden, net als 1953 zijn het in deze oorlog opnieuw vooral de Iraanse grondstoffen die de VS tot interventie hebben gedreven. Parsipurs werk herinnert mij eraan dat buitenlandse inmenging zelden bevrijdt.
De essentie van de duisternis
In een jaar van Amerikaans-Engelse interventie biedt Parsipur vijf vrouwen een mogelijke ontsnapping. Toch keren sommigen terug naar Teheran. Fa’iza trouwt, nog steeds verlangend naar erkenning, met Amir Khan. Farrokhlaqa, die ooit droomde van een politieke carrière, trouwt ook (opnieuw); niet zij, maar haar man krijgt een politieke positie in Europa, zij gaat hem achterna.
Het patriarchaat leeft namelijk niet alleen in politieke structuren, maar ook in mensen die deze systemen in leven houden.
Parsipur laat hiermee zien dat ontsnappen geen oplossing is. Wie het systeem probeert te ontvluchten, wordt er weer in getrokken. Het patriarchaat leeft namelijk niet alleen in politieke structuren, maar ook in mensen – in mannen én vrouwen – die deze systemen eindeloos in leven houden.
Ook Amerikaanse en Israëlische bommen mogen en kunnen hier geen verandering in brengen. Het vervangen van een autoritaire theocratie door een evenzogoed patriarchale liberale democratie zal ongetwijfeld verbetering brengen, maar zal de fundamenteel patriarchale structuur van de Iraanse samenleving niet veranderen.
Echte verandering moet van binnenuit komen en structureel zijn. Zoals Parsipur schrijft: we worden pas licht als we de essentie van de duisternis ontdekken.
Eindredactie door Oscar Vaessen