woensdag 6 mei, 2026
De stem van de nieuwe generatie

Op het Amsterdam Koerdisch Film Festival kunnen film en politiek niet zonder elkaar

Beeld: Fernando Barrientos
Kunst & Media

Dit weekend vindt het Amsterdams Koerdisch Film Festival plaats. Met films uit en over Koerdistan creëert het festival een broodnodig podium voor Koerdische makers en meer bewustzijn over de identiteit, veerkracht én politieke situatie van Koerden wereldwijd. Red Pers spreekt Reber Dosky, medeoprichter en artistiek directeur van het festival, over de verbondenheid tussen film en politiek.

Door: Sirma Ordanovski
Leestijd: 6 min

“Filmmakers moeten uit de politiek blijven.” Dat zei regisseur en hoofdjurylid Wim Wenders tijdens de 76e editie van het Berlinale, in reactie op een kritische vraag over de houding van de organisatie ten opzichte van Gaza. Twee jaar eerder stelde hij in de aanloop naar hetzelfde festival juist dat film bij uitstek een politiek medium is. Zijn recente uitspraak zorgde voor kritiek, want wat betekent het om apolitiek te zijn in een ongelijke wereld? En hoe ‘blijf je uit de politiek’ als jouw identiteit al decennialang onderdrukt wordt?

De Koerden zijn een volk met een eigen taal en cultuur, maar zonder onafhankelijke staat. Het gebied waar zij wonen, Koerdistan, is verspreid over Irak, Iran, Syrië en Turkije. In die landen worden ze systematisch onderdrukt en regelmatig gedwongen om te vluchten naar andere regio’s binnen of buiten Koerdistan. Alleen in het noorden van Irak, Başûr, hebben ze een semiautonoom gebied met een eigen regering, leger en erkenning van de Koerdische taal. In hun strijd voor erkenning voelen de Koerden zich vaak in de steek gelaten door de internationale gemeenschap, waardoor zij historisch gezien steeds weer op zichzelf en hun land waren aangewezen. Een bekend gezegde onder de Koerdische gemeenschap is dan ook: wij hebben geen vrienden, behalve de bergen.

Ook een filmmaker kiest perspectief

“Het is moeilijk om een film te maken over een liefdesverhaal, terwijl jouw volk gebombardeerd wordt,” zegt Reber Dosky, medeoprichter en artistiek directeur van het Amsterdam Koerdisch Film Festival.

Dosky komt oorspronkelijk uit Iraaks-Koerdistan en kwam als vluchteling naar Nederland, waar hij de filmacademie volgde. Als filmmaker met Koerdische achtergrond wordt hem vaak gevraagd of zijn films politiek zijn. Het is überhaupt vrijwel onmogelijk om een apolitieke film te maken omdat alles in het leven nou eenmaal beïnvloed wordt door politiek, zegt hij. Daarbij kies je als filmmaker altijd een bepaald perspectief. “Natuurlijk ben ik een gekleurd persoon, gezien waar ik vandaan kom en de situatie van mijn volk. Mijn film Radio Kobanî is denk ik niet zozeer politiek gekleurd, maar ik kies wel heel duidelijk het perspectief van het volk.”

In Radio Kobanî (2016) zien we de jonge Koerdische verslaggeefster Dilovan. In haar Syrische thuisstad Kobanî begint ze een radiostation nadat IS in 2014 is verdreven. Daarvoor interviewt ze onder andere overlevenden, bevrijders, terugkerende vluchtelingen en muzikanten. Dosky: “Had ik, als Koerd, een film kunnen maken over IS-strijders? Ja zeker, maar de vraag is hoe diep ik dan kan gaan. Ik ben een Koerdische filmmaker, ik ken de pijn van de Koerden. Met Radio Kobanî heb ik geprobeerd om juist die diepte op te zoeken.”

Terwijl Kobanî in puin ligt en de littekens van de oorlog nog overal zichtbaar zijn, krijgt de kijker ook een glimp te zien van wat Dilovan zou doen als er geen oorlog was. Dosky: “Maar door de politieke situatie is er een blokkade, heeft ze een trauma, dat eigenlijk eerst verwerkt moet worden. Ik vind dat je dat in je kunst wel moet aankaarten. In dat opzicht ben ik er juist helemaal voor dat je jouw kleur meeneemt in je kunst.”

De pijn van de Jezidi’s

Een van zijn andere films, Daughters of the Sun (2023), is een goed voorbeeld van hoe een film ook tastbare politieke uitwerkingen kan hebben. In deze film volgt Dosky negen Jezidi-vrouwen die terugkeren naar hun gemeenschap nadat ze, net als zevenduizend andere Jezidi-meisjes en vrouwen, door IS-strijders zijn ontvoerd en jarenlang als (seks)slaaf werden verhandeld. In de film komen de vrouwen bijeen in een soort praatgroep waarin zij een voor een vertellen over de gruwelijkheden die ze hebben doorstaan. Met deze film geeft Dosky niet alleen een beeldend inzicht in hun pijn, maar heeft hij ook bewust “de brug tussen de Nederlandse maatschappij en die vreselijke gebeurtenissen heel klein gemaakt”.

Still uit: Daughters of the Sun (2023).

Als maker moet je bij een film als deze wel degelijk nadenken over het effect dat je werk zal hebben, benadrukt hij. “Wat gaat er gebeuren als de film uitkomt? Wat wil je bereiken? Welk effect wil je dat de film heeft op de politiek, en vooral op de maatschappij?” Daarom maakte hij met zijn film een tour door Nederland, waarvoor hij zeven Jezidi-vrouwen die in de film gevolgd worden in samenwerking met Stichting Vluchteling naar Nederland haalde. Ze gingen langs 35 bioscopen en ze spraken met een delegatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken. “Naar aanleiding van de film zijn er vanuit de politiek beloftes gedaan, zoals meer onderwijs voor de slachtoffers, die al jarenlang in een vluchtelingenkamp in Koerdistan wonen.”

Dosky hoopte met de film ook bij te kunnen dragen aan soepelere asielregels voor de Jezidi’s die naar Nederland vluchtten, maar dat is niet gelukt. “Maar ik hoop dat veel IND-medewerkers de film hebben gezien, zodat zij tijdens hun interviews met Jezidi-meisjes en vrouwen beter begrijpen wat zij hebben meegemaakt. Zij hebben vaak een paar jaar nodig om te kunnen vertellen wat hun overkomen is, hoe zij verkracht zijn, en als slaaf verkocht zijn op de markt. Als je dan naar Nederland komt en een medewerker vraagt: ‘oké, waarom ben je gevlucht?’, dan komen er vaak alleen maar tranen.”

Noodzaak

Via het Amsterdams Koerdisch Film Festival creëert hij nu ook een podium voor andere Koerdische makers en verhalen. “Het festival is eigenlijk uit noodzaak tot stand gekomen. Als je als volk geen eigen land hebt, heb je automatisch ook geen platform om je films te vertonen.”

Komend weekend vindt de vijfde editie plaats. Het festival draait altijd om verbinding, en dit jaar staat de regio Bakur, het gedeelte van Koerdistan dat in Turkije ligt, centraal. Tot 1991 was de Koerdische taal daar, zelfs in huiselijke kring, verboden. Ook vandaag de dag duurt de repressie voort. “Desondanks zijn Koerden vastberaden om hun cultuur te behouden, om de kleuren te laten leven. Daar hebben we in de programmering ook rekening mee gehouden.” Naast het leed, viert het festival nadrukkelijk ook de rijkdom en schoonheid van de Koerdische cultuur. “Bijvoorbeeld het doorzettingsvermogen van de mensen, maar ook de mooie bergen. Via films proberen we kijkers mee te nemen naar voor hun nieuwe werelden. We hebben bijzondere films, leuke muziek, mooie mensen. Ik hoop dat mensen komen, en genieten van de cultuur.”

Eindredactie door Tessa van den Heuvel

Steun Red Pers

Je las dit artikel gratis, maar dat betekent niet dat het Red Pers niets heeft gekost. Wij bieden jonge, aspirerende journalisten een podium én begeleiding. Dat kunnen we nog beter met jouw steun. Die steun komt met twee voor de prijs van één, want onze sponsor matcht jouw donatie. Geef jij ons vijf euro? Dan ontvangen wij een tientje.

Over de auteur:

Sirma Ordanovski (1999, zij/haar) studeerde Internationale Bedrijfskunde en volgde daarna een master Interculturele Communicatie. Via haar minor in Spaanse en Latijns-Amerikaanse cultuur raakte ze geïnteresseerd in postkolonialisme en migratierechtvaardigheid. Ze kijkt graag kritisch naar machtsstructuren en heeft een brede interesse in culturele identiteit. Als redacteur Ontheemding & Diaspora’s streeft ze ernaar om onderbelichte perspectieven zichtbaar te maken.

Lees meer van Sirma Ordanovski