Sinds februari regeert D66 met VVD en CDA in een minderheidskabinet — een constructie die in de Nederlandse politieke traditie zeer uitzonderlijk is. Waar kabinetten doorgaans steunen op een vaste meerderheid en interne verschillen binnenskamers worden gladgestreken, ligt in een minderheidskabinet alles open. Besluiten zijn zichtbaarder, breekbaarder en afhankelijk van wisselende steun.
Vooral voor D66 betekent dat voortdurend balanceren. De partij profileert zich als progressieve middenpartij en veel kiezers stemden op de partij als tegenwicht tegen een overwegend rechts midden. Tegelijk opereert D66 in een speelveld waarin meerderheden vaak aan de rechterkant worden gevonden, terwijl ze óók de banden met linkse en andere progressieve partijen wil behouden.
Wankel compromis
Hoe kwetsbaar die positie is, werd duidelijk bij de behandeling van de asielnoodmaatregelen in de Eerste Kamer. Na weken onderhandelen lag er een wankel compromis. Dat bestond uit strengere regels om “meer grip op migratie” te krijgen, verzacht met een novelle die moest voorkomen dat hulp aan mensen zonder verblijfsvergunning strafbaar werd. In Den Haag werd die laatste aanpassing al snel aangeduid als de mogelijkheid om iemand “een kopje soep” te geven – een poging om de scherpste randen van het strengere migratiebeleid te vijlen.
Voor D66 was juist die novelle cruciaal. Zonder de aanpassing zou de wet moeilijk te verkopen zijn, zowel richting de eigen achterban als in de senaat. Toch rustte het compromis op een flinterdunne meerderheid en bleek afhankelijk van steun die allerminst zeker was. De novelle kon alleen slagen met steun van de PVV. In de Tweede Kamer ging die partij nog mee, maar in de senaat trok zij de stekker eruit: de aanpassing zou de wet te veel afzwakken. Met één stem verschil werd de novelle verworpen en daarmee stortte ook de rest van het bouwwerk in: zonder aanpassing geen meerderheid, zonder meerderheid geen wet. Pijnlijk voor D66 was bovendien dat ook de eigen senatoren tegenstemden, waardoor het compromis niet alleen extern, maar ook intern onderuit ging.
“Dit is gewoon hoe politiek werkt”
Voor sommigen is die politieke realiteit vooral iets om in te leren bewegen. Neem Willem (29), actief bij D66 Amsterdam. Lid worden begon voor hem vrij simpel. “Ik werkte als ambtenaar, las de krant en dacht: ik wil begrijpen hoe de politiek werkt.” Ideologisch zat hij ergens tussen D66 en GroenLinks in, maar dat betekent niet dat zijn keuze voor D66 willekeurig was. Zijn waarden — versterking van de lokale democratie, kritisch blijven op alle vormen van overheid en aandacht voor de natuur — liggen links van het politieke midden. Tegelijk gelooft hij dat je politiek het effectiefst bedrijft vanuit een middenpartij. Daar zit voor hem de kern van zijn keuze voor D66.
“Voor mij is het ook gewoon een leerschool,” zegt hij. “Ik wil snappen hoe het politieke proces werkt.” Niet omdat politiek voor hem losstaat van mensen, benadrukt hij, maar juist omdat beleid uiteindelijk direct raakt aan het leven van mensen thuis. Wie iets wil veranderen, moet volgens hem ook begrijpen hoe besluiten tot stand komen.
‘Politiek is schuiven, schikken en samenwerken’
Wat hij daarmee bedoelt, wordt duidelijk in de politieke werkelijkheid die hij schetst. “Voor mij is politiek minder een strijd van overtuigingen,” zegt Willem, “maar veel meer een proces van schuiven, schikken en samenwerken.” Achter de schermen draait het volgens hem niet alleen om idealen, maar net zo goed om timing en onderlinge verhoudingen. “Het gaat er steeds om: wat is er nu haalbaar? En hoeveel ben je bereid toe te geven om überhaupt iets voor elkaar te krijgen?” In die zin is onderhandelen geen uitzondering, maar de kern van politiek. “Je hebt geen meerderheid, dus je moet onderhandelen,” zegt Willem. “Dat is niet bijzonder, dat is gewoon politiek.”
Linkse kiezers vertrekken
Intussen neemt de druk vanuit de achterban van D66 toe. Vooral progressieve kiezers lijken hun vertrouwen in D66 gaandeweg te verliezen. De partij peilt momenteel op negentien zetels — zeven minder dan een jaar geleden. Ongeveer 17 procent van de kiezers die bij de vorige verkiezingen nog op D66 stemden, zou nu overstappen naar Progressief Nederland. Met name de samenwerking met de VVD wordt door kiezers gezien als een beweging naar rechts, blijkt uit onderzoek van Ipsos.
Intussen verandert ook het bredere politieke landschap. De helft van alle kiezers in Nederland noemt zichzelf (centrum)rechts — een stijging van tien procentpunt in drie jaar tijd. Ook dat vergroot het spanningsveld waarin D66 opereert.
“Dat politieke proces? Daar krijg ik jeuk van”
In dat spanningsveld herkent Stijn* (25), die zich rond dezelfde periode aansloot bij D66 als Willem, iets van zijn eigen twijfel. Waar Willem probeert te begrijpen hoe politiek in de praktijk werkt, voelt Stijn vooral ongemak bij de manier waarop idealen onderweg kunnen vervagen. Voor hem schuilt daarin het risico van meedraaien in een systeem dat te vaak vergeet waar het uiteindelijk om zou moeten gaan. “Ik wil mensen helpen, de wereld verbeteren,” zegt hij. “Dat hele politieke proces eromheen, daar krijg ik gewoon jeuk van.”
‘Het voelt minder als een beweging en meer als een systeem’
Hij werd lid van D66 uit onvrede over wat er om hem heen gebeurde. De verharding van het politieke klimaat en internationale ontwikkelingen — zoals de herverkiezing van Donald Trump — gaven voor hem de doorslag. Hij wilde niet langer langs de zijlijn blijven staan, maar zich actief verhouden tot de tijd waarin hij leefde. D66 leek hem een partij die idealen en bestuur wist te verbinden: “Progressief in waarden, maar bereid verantwoordelijkheid te nemen.”
Dat D66 instemt met strengere asielmaatregelen schuurt met wat Stijn zelf belangrijk vindt. “Als het om mensenrechten gaat, vind ik het moeilijk om mee te bewegen,” zegt hij. “Dan vraag ik me af: waar ligt de ondergrens?” Waar hij had gehoopt op een collectief dat samenwerkt aan verandering, treft hij een organisatie waarin je vooral je weg moet vinden in bestaande structuren en verhoudingen. “Het voelt minder als een beweging en meer als een systeem.”
Waar ligt de grens?
Stijn’s ongemak raakt aan een bredere vraag voor D66 — één die in de asielwetten al zichtbaar werd. Hoe blijf je trouw aan je eigen koers in een politiek klimaat dat steeds harder en rechtser wordt? Voor Willem is dat vooral een opdracht: meedoen, leren en invloed uitoefenen waar het kan. Stijn vreest juist dat je gaandeweg went aan taal en keuzes waar je ooit tegen in verzet kwam.
Beide visies schetsen het fundamentele dilemma van D66: hoe ver kun je meegaan in politieke compromissen zonder iets wezenlijks van je oorspronkelijke idealen te verliezen? In een minderheidskabinet is dat geen eenmalige afweging, maar een vraag die zich telkens opnieuw aandient.
*Stijn is een gefingeerde naam. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.
Eindredactie door Suzanne van Spijker