Toen ik anderhalf jaar geleden begon als audiovisueel redacteur bij Red Pers, vond ik een trouwe kijker/lezer in mijn opa. ‘Vakwerk‘, appte hij na mijn eerste video. Ik had het van hem, de interesse in bewegend beeld. Hij leerde me toen ik tien jaar was om te monteren in het inmiddels antieke videobewerkingsprogramma Pinnacle 14, zodat ik mijn LEGO-stop-motionfilm kon maken.
Ook toen ik vorige zomer werd toegelaten tot het Talententraject en bewegend beeld verruilde voor tekst, stuurde hij mijn eerste artikel via Whatsapp door naar wat bekenden. Zo kwam het bij een broer van mijn oma terecht. Die appte een bemoedigend woord terug, vergezeld van de vraag of ‘Red Pers’ een of andere socialistische boodschap impliceerde.
Ik begreep de vraag – het kwam van iemand die opgroeide in de rode Zaan van de jaren vijftig. Maar de associatie met rode rakkers was niet uniek. Red Pers wordt standaard gereciteerd als ‘Red Press’, door geïnterviewden of door kennissen die vragen waar ik nou precies voor schrijf. Soms was dat ongemakkelijk, want mijn portefeuille was Politieke Partijen, dus probeerde ik me min of meer politiek neutraal op te stellen.
Maar wanneer ik met wethouders of gemeenteraadsleden sprak, vroegen zij toch steevast – vóór of na het gesprek en vaak een beetje omwonden – of Red Pers ‘een signatuur’ had. Ik antwoordde dan dat de naam niets van doen had met socialisme (of met de kleur van het wapen van Amsterdam). Het staat voor ‘red de pers’. “Niet per se minder hoogdravend,” grapte ik er soms achteraan, om het punt duidelijk te maken. Of zoiets.
Gelukkig reageerde men meestal opgewekt. Het concept is ook cool: jonge mensen zonder journalistieke opleiding toch trainen in de praktijk van het vak. Je leert door te doen. Bovendien ben ik het eens met de overtuiging dat een gezond medialandschap wordt bevolkt door makers van verschillende achtergronden. Dus ook verschillende studie- en werkachtergronden.
Wat voor signatuur heeft Red Pers dan wel? Jonge mensen die onder een vrijwilligerscontract stukken tikken voor een klein, online medium zijn meestal maatschappelijk betrokken. Ook worden veel artikelen gekenmerkt door een bepaalde openheid van geest (iemand merkte op dat er in één jaar drie stukken over polyamorie waren verschenen). Ik denk dat de essentie het best te vatten is in haar jeugdigheid. De (doel)groep is immers tussen de 18 en 30 jaar oud.
Denk: je bent jong en je wilt wat. Dat spreekwoord ‘vat op kernachtige wijze het jeugdige dynamisme samen van een groepje enthousiastelingen’, aldus woordenboek Ensie. Deze slagzin wordt trouwens toegeschreven aan Rob Out, voormalig DJ en directeur van de piratenomroep Veronica. Dat radiostation zond vanaf 1960 radio uit in een ongekend losse stijl, inclusief het hippe Amerikaanse fenomeen van jingles. De popmuziek en eigen stijl maakten de zender vreselijk populair onder de jeugd. Je mag zelf bepalen hoe ver je die vergelijking met Red Pers trekt, maar de inmiddels volwassen Stichting Veronica verdubbelt wel elke donatie die aan Red Pers wordt gedaan.
Dit is mijn laatste maand van het Talententraject. Hier en elders heb ik gemerkt dat aandacht voor nieuws over jongeren niet vanzelfsprekend is. Veel grote media hebben nog een blinde vlek voor die doelgroep. Ik vind het daarom goed dat we omkijken naar wat er onder jonge mensen speelt. Dát is nou typisch Red Pers. En wat mij betreft mogen we dat wat speelt – onder vrienden, op For You pages – ook lekker kritisch bevragen. De ‘kleur’ die dat alles heeft, ligt niet verankerd in een naam.
Eindredactie door Hasse Drewes