Ouders, leraren, politici – allerlei mensen hebben een woordje klaar over wat kinderen op school moeten leren. In de politiek wordt regelmatig gesproken over een focus op de basis, om zo het hoofd te bieden aan de nog altijd teleurstellende PISA-scores van Nederlandse leerlingen. Maar wat die ‘basis’ precies is, hangt erg af van wie je het vraagt, zo bleek uit het Tweede Kamerdebat over de begroting voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) eerder dit jaar. “En dat terwijl iedereen om maar één ding vraagt”, aldus Caroline Van der Plas (BBB). “Onderwijs dat werkt.”
‘Met de kerndoelen willen we alle kinderen dezelfde startpositie geven‘
Die taak ligt gedeeltelijk op het bordje van SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum. SLO beschrijft in opdracht van het ministerie van OCW wat leerlingen moeten ‘kennen, kunnen en ervaren’. Jeroen Bron is manager kennisdeling en ondersteuning binnen het veeljarige vernieuwingsprogramma van de kerndoelen voor het (speciaal) primair en (speciaal) voortgezet onderwijs. De nieuwe kerndoelen voor Nederlands, rekenen en wiskunde treden na de zomervakantie als eerste in werking. Hoe gaat SLO om met deze uiteenlopende opvattingen, wensen en eisen?
Waartoe dienen de kerndoelen?
“De kerndoelen weerspiegelen eigenlijk wat we als natie belangrijk vinden en wat wij denken dat onze volgende generatie nodig heeft om te functioneren in de maatschappij. Daarbij willen we alle kinderen en leerlingen dezelfde startpositie geven. Het idee van kansengelijkheid is dat de school waar je op hebt gezeten niet uitmaakt voor je kans op deelname aan de samenleving en een goede carrière. Dus je bent aan het begeleiden wat de meest relevante inhouden zijn voor kinderen om te leren. Dat is een heel dynamisch en interessant proces, met allerlei partijen die daar iets van vinden.”
Werken de huidige kerndoelen niet meer?
“Mensen denken meestal: kinderen zitten nog steeds in een klas, er staat nog steeds een leraar voor – dat was 30 jaar geleden al zo. Misschien zijn er wat computers bijgekomen. Maar de inhoud verandert wel degelijk. De kerndoelen die we nu hebben, komen uit 2006. Sommige examenprogramma’s komen nog uit de vorige eeuw, uit 1998 bijvoorbeeld. Het is gewoon echt verouderd, want de wereld is enorm veranderd.”
Hoe verandert het onderwijs mee?
“Digitale geletterdheid en burgerschap maakten de afgelopen 20 jaar een enorme opmars in het onderwijs. Die worden al toegepast in scholen, maar zijn nooit omschreven in curriculaire termen. Het curriculum volgt altijd een beetje op de praktijk: ontwikkelingen in de samenleving komen bij de school terecht. Leraren zien wat er gebeurt en ouders vragen aan scholen: waarom leert mijn kind niks over digitale redzaamheid, of veiligheid op het internet?”
“Op een gegeven moment wordt dat in de politiek opgepakt en komt het terug in een opdracht aan ons, zodat het systematischer wordt uitgewerkt. Anders krijg je toch dat iedere school dat weer op zijn eigen wijze invult. De een doet meer, de ander doet minder. Nu staat er beschreven: dit is de kern. En wat je als school daar nog aan toe wil voegen, dat mag je als school natuurlijk nog steeds doen, maar dan is er wel een gelijke basis voor alle leerlingen. Zo vertellen we waar een kind recht op heeft om kennis mee te maken op school.”
SLO krijgt een werkopdracht van de overheid. Hoe gaat het dan verder?
“Wij organiseren dat proces, maar samen met het veld. We hebben een ontwikkelfase waarin leraren, vakexperts en een advieskring van lerarenverenigingen en maatschappelijke organisaties bepalen wat de kern van het onderwijs moet zijn, wat de meest relevante inhouden zijn om te leren op school. Dan komt de tweede fase, waarin we dat concept voorleggen aan de praktijk, aan scholen, aan leraren, schoolleiders. Kun je hier ook mee werken? Begrijp je wat hier staat? Kun je er onderwijs van maken? Voor die kerndoelen hebben we in alle regio’s van het land bijeenkomsten gehad met iets van veertig scholen. Daarna wordt de set aangeboden aan het ministerie voor het wetgevingstraject. Voor de kerndoelen betekent dat dat de Tweede Kamer moet instemmen.”
Krijgt u te maken met verschillen in politieke verwachtingen?
“Ja, je ziet enerzijds het hameren op die basisvaardigheden, zoals we die dan noemen; dat is taal en rekenen, en ook burgerschap en digitale geletterdheid. Maar er worden ook allerlei moties aangenomen over bijvoorbeeld aandacht voor het slavernijverleden of aandacht voor de Holocaust. Die zijn heel divers, duurzaamheid kom je daarin ook tegen. Daar moeten we rekening mee houden. Dus je ziet eigenlijk het hele politieke spectrum terug in de verwachtingen.”
Kan onderwijs politiek neutraal zijn?
“Het is altijd een keuze om iets niet op te schrijven of wel op te schrijven, dus je kunt zeggen dat het nooit politiek neutraal is. Maar omdat het curriculum zo breed is, blijven we wel weg van een uitgesproken politieke kleur. We proberen alles zo neutraal mogelijk te formuleren.”
Eindredactie door Hasse Drewes